Integraal waterbeleid

Op 18 juli 2003 keurde de Vlaamse regering het decreet betreffende het integraal waterbeleid (decreet IWB) goed. Dit kan zonder twijfel een historisch moment genoemd worden voor het waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet stelt een nieuwe beleidsaanpak voor inzake de waterproblemen in Vlaanderen, gericht op het volledige watersysteem: een integraal waterbeleid.

 

Integraal waterbeheer

Deelbekkenbeheerplan Molenbeek Ronse

Wachtbekkens

Watertoets 

 

Integraal waterbeleid

Anders omgaan met water

Het decreet IWB verandert de manier waarop met water omgegaan wordt ingrijpend. Integraal waterbeleid gaat ervan uit dat administratieve of bestuurlijke grenzen niet bepalend mogen zijn voor de manier waarop het waterbeleid gevoerd wordt, maar wel het watersysteem zelf. Het watersysteem is een afgebakend en samenhangend geheel dat niet alleen bestaat uit grondwater en oppervlaktewater, maar ook uit oevers, waterbodems en technische infrastructuur. Ook de planten en dieren die in en rond het water leven en de chemische en biologische processen die daarbij horen, zijn onderdeel van het watersysteem. Dit watersysteem herstellen, behouden en ontwikkelen en het duurzaam gebruik ervan, is de kerngedachte van het integraal waterbeleid. Het doel is het watersysteem veilig te stellen voor onszelf en voor de toekomstige generaties. Alle maatschappelijke functies krijgen hierbij aandacht. De ecologische, de economische en de sociale aspecten van het watersysteem moeten in balans zijn.

Organisatie en planning van het integraal waterbeleid

Het waterbeleid in Vlaanderen was in het verleden behoorlijk versnipperd. Daar wil het decreet IWB komaf mee maken. De organisatie van het waterbeleid wordt dan ook grondig herzien. Het moet efficiënter gebeuren en het algemeen belang dienen. In de toekomst wordt dat waterbeheer georganiseerd per stroomgebied, rivierbekken of deelbekken.
Vlaanderen behoort tot twee internationale stroomgebiedsdistricten (nl. dat van de Schelde en dat van de Maas) en is onderverdeeld in 11 bekkens. De bekkens zijn op hun beurt opgesplitst in een 100-tal deelbekkens.

De stad Ronse situeert zich in het bekken van de Bovenschelde. Op het grondgebied van Ronse situeren zich twee deelbekkens, nl. het Deelbekken Scheldeheuvels en het Deelbekken Molenbeek Ronse. Voor het Deelbekken Molenbeek Ronse werkte de stad Ronse mee aan de opmaak van het deelbekkenbeheerplan. Aangezien het Deelbekken Scheldeheuvels slechts ca. 3,85% inneemt van het grondgebied, werkte Ronse niet mee aan de opmaak van dit deelbekkenbeheerplan.
De Molenbeek en de Sint-Martensbeek zijn de belangrijkste beken in Ronse. Meer dan 80% van de stad wordt ontwaterd door de Molenbeek, de rest door de Sint-Martensbeek. Beide beken monden uit in de Rhone, een bijrivier van de Schelde. Beide beken werden gedeeltelijk rechtgetrokken of overwelfd, maar hebben op andere plaatsen nog een goede structuur met natuurlijke meanders. Vrijwel het volledige stroomgebied van de Molenbeek ligt binnen de stadsgrenzen.

Meer info over integraal waterbeleid

Terug

Deelbekkenbeheersplan Molenbeek Ronse  

In de waterbeheerplannen op de verschillende niveaus (stroomgebied, bekken, deelbekken) zetten de waterbeheerders de oplossingen die zij de komende 6 jaar (2007-2012) gaan uitwerken om waterproblemen aan te pakken, op papier. Het deelbekkenbeheerplan is het meest lokale plan en dus ook vrij concreet.

Opbouw van de deelbekkenbeheerplannen

De deelbekkenbeheerplannen zijn opgebouwd uit verschillende onderdelen:

1. Basisinventaris: je leest er wat de huidige toestand is van het watersysteem binnen het deelbekken.
     Bestaande gegevens worden verzameld en geïnterpreteerd. Van ieder belangrijk thema zijn
     gegevens op kaart weergegeven.
2. Doelstellingennota: je verneemt wat de knelpunten en kansen zijn die in het deelbekken ervaren
     worden. Er wordt aangegeven waar het beleid naar toe wil en in welke richting eventuele
     oplossingen zouden kunnen uitgaan.
3. Actieplan: je vindt er een overzicht van de acties die in het kader van het geïntegreerd waterbeleid
     voor elk deelbekken naar voor worden geschoven door de waterbeheerders. Deze maatregelen
     zullen in de loop van de komende jaren gerealiseerd worden en moeten een antwoord bieden op
     de aangegeven knelpunten en kansen.

Werken op 7 sporen

De visie in de doelstellingennota en de maatregelen van het actieplan werden geordend volgens 7 sporen. Deze sporen formuleren telkens een opdracht of basisprincipe.

SPOOR 1: MAXIMALE RETENTIE VAN HEMELWATER AAN DE BRON
Wateroverlast mag niet wordt afgewenteld op stroomafwaarts gelegen gebieden. Dit betekent dat we het hemelwater zo lang mogelijk moeten vasthouden daar waar het valt. Op deze manier kunnen we piekafvoeren voorkomen, zodat zich minder wateroverlast en erosie voordoet. We bevorderen de infiltratie zodat het grondwater wordt aangevuld. We zorgen dat er geen hemelwater in de afvalwaterriool terecht komt, zodat overstorten minder en de zuiveringsinstallaties beter werken.

SPOOR 2: SANERING VAN AFVALWATER
Het Vlaams gewest en de gemeenten hebben in het verleden reeds aanzienlijke investeringen gedaan op het vlak van de aanleg van rioleringen. Het einde is evenwel nog niet in zicht. Een verdere verbetering van de waterkwaliteit is hoogst noodzakelijk. Daar heeft iedereen baat bij. Het is niet toevallig dat Europa stelt dat alle waterlopen tegen 2015 een goede kwaliteit moeten hebben. Er zullen bijkomende middelen nodig zijn voor de aanleg van riolering. Eén en ander zal vaste vorm krijgen door het vaststellen van de zoneringsplannen en de daarop volgende uitvoeringsplannen.

SPOOR 3: BEWAKEN EN VERBETEREN VAN DE KWALITEIT VAN DE RIOLERINGS-EN ZUIVERINGSINFRASTRUCTUUR
Eens aangelegd moet de rioleringsinfrastructuur ook op een degelijke manier onderhouden en verbeterd worden. Alle gebouwen moeten op de juiste manier aangesloten zijn, en hemelwater of gezuiverd water moet zoveel mogelijk uit de riolen gehouden worden… Om een goed onderhoudsbeleid te kunnen voeren, zullen gemeenten investeren in het gedetailleerd in beeld brengen van de huidige infrastructuur.

SPOOR 4: VOORKOMEN EN BEPERKEN VAN DIFFUSE VERONTREINIGING
Er wordt gestreefd naar het voorkomen en beperken van de verspreiding van waterschadelijke producten. Dit kunnen meststoffen, pesticiden of strooizouten zijn die via diffuse verspreiding in het watersysteem terechtkomen. Ook het voorkomen en beperken van de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen via grondwaterverontreiniging hoort bij dit spoor.

SPOOR 5: VOORKOMEN EN BEPERKEN VAN SEDIMENTRANSPORT NAAR DE WATERLOOP
Dit spoor is vooral relevant in gebieden waar zich problemen met bodemerosie voordoen. Heuvelachtige gebieden met lemige gronden zoals de Vlaamse Ardennen, zijn daar in het bijzonder gevoelig aan. Uit de basisinventaris blijkt of bodemerosie in de deelbekkens al dan niet een knelpunt vormt. Anderzijds kunnen de zandige bodems vaak aanleiding tot oeverinstabiliteit, zeker in de diepingesneden waterlopen waar kwel voor een grote druk op de oevers zorgt. Het waterlopenbeheer zal daarop inspelen. Daarnaast wordt de oeverstabiliteit ook bevorderd door het onder controle houden van de populaties van muskusrat en bruine rat.

SPOOR 6: KWANTITATIEF, KWALITATIEF EN ECOLOGISCH DUURZAAM WATERLOPENBEHEER
Dit spoor houdt het ontwikkelen en instandhouden van gezonde watersystemen in die aan de behoeften van de diverse gebruikers en de eisen van gevoelige soorten kunnen voldoen en een verantwoord menselijk gebruik voor de huidige en toekomstige generaties kunnen waarborgen. Concreet is het waterlopenbeheer gericht op vertraagde afvoer, stroomopwaartse buffering van het water, stimuleren van zelfzuiverend vermogen, herstel van het natuurlijk milieu van het watersysteem,....
Het bestrijden van wateroverlast, het voorzien van een degelijk onderhoud, het saneren van vervuilde waterbodems, de ecologische herwaardering van waterlopen, het vergroten van de belevingswaarde van water en recreatief medegebruik zijn onderwerpen.

SPOOR 7: DUURZAAM (DRINK)WATERGEBRUIK
De druk op de grondwaterreserves wordt verminderd door het gebruik van grond-en leidingwater, daar waar mogelijk en verantwoord, te beperken. Op kwalitatief vlak wordt gestreefd naar het gebruik van laagwaardig water voor laagwaardige toepassingen (vb. hemelwater voor wc-spoeling, oppervlaktewater als proceswater, hergebruik van gezuiverd afvalwater, enz.). Op kwantitatief vlak is het de uitdaging om niet meer water te gebruiken dan nodig (vb. installeren van waterbesparende apparatuur, meldingssystemen voor lekkende kranen, enz.).

Meer info over deelbekkenbeheersplannen en het deelbekkenbeheersplan Molenbeek? http://www.oost-vlaanderen.be/ (doorklikken naar wonen en milieu - waterbeleid  - planning)

Terug

Wachtbekkens

Om het hoofd te kunnen bieden aan de frequent optredende problemen van wateroverlast in het centrum van Ronse heeft de stad beslist om 3 bergingsbekkens aan te leggen in het stroomgebied van de waterlopen van derde categorie mn. de Vloedbeek, de Drieborrebeek en de Lievensbeek.

De provincie heeft een wachtbekken aangelegd op de Molenbeek, naast de spoorweg, waar de Molenbeek onder de spoorweg door gaat. Het 2de wachtbekken op de Molenbeek in de IJsmolenstraat wordt momenteel aangelegd. 
Meer informatie hierover vindt u op http://www.oost-vlaanderen.be/ (doorklikken naar wonen en milieu - waterbeleid)

Terug

Watertoets

Elke dag worden er initiatieven genomen die de leefomgeving veranderen. Onbedoeld hebben die initiatieven soms negatieve effecten, ook op het water.

Elke nieuwe woning bijvoorbeeld verandert de toestand van het water. Regenwater valt op daken en verhardingen en kan niet langer in de bodem dringen. Er wordt afvalwater geproduceerd. Sommige mensen bouwen op een terrein dat regelmatig overstroomt. Als ze hun terrein ophogen om zichzelf te beveiligen, zoekt het overstromingswater op een andere plaats een weg en kan het daar schade aanrichten. Ook andere wijzigingen van het reliëf of van het bodemgebruik beïnvloeden de toestand van het water. Al deze effecten kunnen in mindere of meerdere mate schadelijk zijn voor de omgeving.

De watertoets is een beoordeling waarbij wordt nagegaan of een initiatief schadelijke effecten veroorzaakt als gevolg van een verandering in de toestand van het oppervlaktewater, het grondwater of de waterafhankelijke natuur. Het resultaat van de watertoets wordt als een waterparagraaf opgenomen in de vergunning of in de goedkeuring van het plan of het programma.

Meer info over de watertoets vind je op www.watertoets.be.

Terug

 

Laatste update 16 feb 2012

Milieu

Grote Markt 12
9600 Ronse

T: 055 23 27 75
E: milieu@ronse.be

 

Premies "Wonen"

Een overzicht van alle premies bij thema's zoals "wonen", "milieu" en "water".

 

Verhuizen? Regel uw factuur!

Verhuis je binnenkort en wil je starten met een correcte waterfactuur? Download hier het formulier waarmee je alle gegevens kan doorgeven.

Verhuisdocument FARYS (NL) 

Of klik door naar de website van FARYS (voorheen TMVW) voor meer informatie.

 

Waterhardheid : feiten en fabels


Klik hier voor meer informatie over de "hardheid" van het water in je buurt.